Q&A

Hoe wordt het budget voor ontwikkelingssamenwerking bepaald?

  • De omvang van de Nederlandse economie wordt uitgedrukt in het Bruto Nationaal Product (BNP). Dat is de waarde van alle goederen en diensten die Nederlanders in een bepaalde periode produceren.
  • In de miljoenennota 2012 schatte de overheid dat het BNP in 2012 623 miljard euro zou zijn.
  • Nederland heeft internationaal afgesproken dat er vanaf 2012 elk jaar 0,7 procent van het BNP naar ontwikkelingssamenwerking gaat.
  • Van elke 100 euro die dus wordt verdiend, gaat 70 cent naar ontwikkelingssamenwerking. In totaal is dat voor 2012 een bedrag van 4,4 miljard.

Hoeveel geld geeft de overheid jaarlijks uit?

  • De overheid krijgt inkomsten voornamelijk uit de belastingen die bedrijven en burgers betalen.
  • Voor 2012 heeft de overheid 257,4 miljard euro te besteden.
  • Dat bedrag wordt besteed aan verschillende beleidsterreinen, zoals volksgezondheid (74,5 miljard), sociale zaken en werkgelegenheid (69,9 miljard) en onderwijs (31,0 miljard).
  • Het deel dat naar ontwikkelingssamenwerking gaat is 4,4 miljard.

Wat gebeurt er met het geld dat naar ontwikkelingssamenwerking gaat?

  • Het Ministerie van Buitenlandse Zaken verdeelt het budget voor ontwikkelingssamenwerking over verschillende kanalen (en hun programma’s en projecten):
    • Aan het nakomen van multilaterale afspraken zoals met de Verenigde Naties, de Wereldbank en de EU (29%).
    • Een ander deel gaat direct (bilateraal) via onze ambassades naar een specifiek land (28%).
    • Daarnaast wordt het geld gebruikt voor ondersteuning van projecten die het Nederlandse bedrijfsleven uitvoert in het buitenland (9%). Ook via kwijtschelding van zogenaamde exportkredietschulden (2%), steunt de Nederlandse overheid investeringen van bedrijven in ontwikkelingssamenwerking.
    • Een andere categorie waarbinnen het geld wordt besteed is via maatschappelijke organisaties (20%). Deze ontvangen 869 miljoen euro. Daarvan gaat 375 miljoen (8% van 4,4 miljard) naar de zogenaamde medefinancieringsorganisaties (zoals War Child, het Rode Kruis, Oxfam Novib, Hivos en Terre des Hommes) die de ontvangen overheidsgelden aanvullen met andere inkomsten. Deze organisaties werken in ontwikkelingslanden samen met maatschappelijke organisaties daar.
    • De overheid houdt een percentage van 12 % beschikbaar voor overige zaken, zoals de eerstejaarsopvang van asielzoekers in Nederland.

Hoeveel geven andere landen uit aan ontwikkelingssamenwerking?

  • Gemiddeld geven de 15 oudste lidstaten (die voor 2004 lid werden) van de EU 0,55% uit aan ontwikkelingssamenwerking. In 2010 zaten we nog in de top drie van landen die het meest uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking, maar inmiddels staan we in Europa –als gevolg van bezuinigingen en hervormingen- met 0,7 % op de vijfde plaats. Landen als Noorwegen en Zweden staan hoger.
  • Landen als Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk hebben vastgehouden aan de afspraak om het budget voor ontwikkelingssamenwerking te verhogen, ondanks economisch zware tijden. Ook andere landen houden zich aan hun afspraken, zoals Zweden, Luxemburg, Denemarken, Finland, Estland, en Polen. Kiest Nederland voor verdere kortingen op ontwikkelingssamenwerking, dan gaat het in tegen deze positieve trend en geeft ze een verkeerd signaal af naar degenen die de 0,7% nog niet hebben gehaald. Het is dus niet zo dat andere landen de internationale afspraken niet uitvoeren.

Wat heeft Nederland aan ontwikkelingssamenwerking – ‘wat krijg je’

Ontwikkelingssamenwerking richt zich mede op het scheppen van de voorwaarden voor een duurzame, inclusieve economische groei ten gunste van mensen aan de onderkant van de samenleving in ontwikkelingslanden. Voor die mensen zet ontwikkelingssamenwerking zich dan ook keihard in. Bij die inzet voor een rechtvaardige wereld heeft uiteindelijk ook Nederland baat. Het geeft ons toegang tot groeiende nieuwe markten, het levert ons goodwill op, opent deuren voor het bedrijfsleven en maakt onze economische en politieke positie in de wereld sterker. Voor slechts 70 cent op iedere 100 euro, krijgt Nederland in dit licht dan ook veel terug:

  • Globalisering heeft ons veel gebracht, maar maakt ons ook kwetsbaar. Zaken als klimaatverandering, conflicten en financiële stabiliteit kennen geen grenzen. Ook het Global Risks Survey 2011 laat zien dat economische en sociale ongelijkheid wereldwijd een van de grootste bedreigingen van onze tijd is. Juist het helpen adresseren van deze mondiale uitdagingen is in het belang van een duurzame toekomst voor Nederland. Een concreet voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld dat het tegengaan van de wereldwijde uitstoot van CO2 het broeikaseffect tegen gaat en ook in Nederland zorgt voor schone lucht.
  • Ontwikkelingssamenwerking draagt bij aan het scheppen van de voorwaarden voor groei en ontwikkeling in arme landen en daarmee ook aan een beter investeringsklimaat in deze landen. Groei elders stimuleert de wereldhandel en is gunstig voor de Nederlandse handel en economie. Zo becijferde het CBS dat de totale waarde van de Nederlandse export in 2009 gelijk was aan bijna 70% van het BNP.
  • Ontwikkelingssamenwerking verbetert het investeringsklimaat in ontwikkelingslanden en opent in arme landen deuren voor Nederlandse bedrijven. Zo zijn verschillende Nederlandse bedrijven gevestigd in ontwikkelingslanden, bijvoorbeeld Nederlanders telen bloemen in Kenia voor de Europese markt en krijgen Nederlandse baggermaatschappijen opdrachten voor de aanleg van havens in ontwikkelingslanden. (Bron: SER Rapport, tabel 3.1)
  • Ontwikkelingssamenwerking draagt bij aan internationale stabiliteit waardoor handel kan floreren. Piraterij voor de kust van Somalië maakt het lastiger voor Nederlandse handelsschepen om de Golf van Aden over te steken. Ontwikkelingssamenwerking in Somalië, door bijvoorbeeld de illegale visvangst te voorkomen en sociale omstandigheden op het Somalische vasteland te verbeteren, kan piraterij terugdringen en tegelijkertijd de Nederlandse handel veilig stellen.
  • Het Centraal Planbureau (CPB) publiceerde enige jaren geleden studies over de opkomst van China (2006) en India (2007) waarin het zelfs voorrekent dat de opkomst van China tot een stijging van de Nederlandse werkgelegenheid met 0,5 procent heeft geleid en die van India tot een stijging met 0,25 procent. De toegenomen openheid van de Nederlandse economie heeft sinds 1970 dankzij internationale afspraken over vrijere handel geleid tot hogere groei en levert ons thans jaarlijks zo’n 1200 tot 1600 euro per inwoner op, zo kwantificeert het CPB zelfs in een recente studie (Creusen en Lejour 2009). (WRR rapport; Minder pretentie, meer ambitie)
  • Volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) wordt ontwikkelingssamenwerking ingezet om in internationaal verband invloed te vergroten. Ontwikkelingssamenwerking wordt dan ingezet als een instrument waarmee Nederland zich kan profileren en ‘een plek aan de tafel’ kan verkrijgen in de internationale gremia. Grote landen hebben altijd de mogelijkheid om zich te manifesteren in de internationale arena door posities in te nemen rond de ‘grote’ vraagstukken van vrede en veiligheid. Kleine landen hebben in dat opzicht minder gewicht: zij kunnen zich vooral zichtbaar maken via ontwikkelingssamenwerking. Vandaar in de regel: hoe kleiner het land, hoe groter het percentage ontwikkelingssamenwerking, schrijft de WRR.
  • De inzet voor ontwikkelingssamenwerking past in een traditie van Nederland als ruimhartig, naar buiten gericht land, als voortrekker op het gebied van mensenrechten en het bevorderen van de internationale rechtsorde.  Andersom is een minder ruimhartig buitenland beleid niet goed voor de reputatie van Nederland. Als groot donorland telt Nederland mee op het internationale toneel. Deze inzet op internationaal terrein zet Nederland op de kaart en zorgt ervoor dat Nederland substantieel kan blijven bijdragen aan oplossingen voor de mondiale uitdagingen waar wij voor staan. Andersom kan een minder sterke inzet onze invloed aantasten. Agnes van Ardenne zegt hierover: “We behoren niet meer tot de voorhoede in de internationale pikorde. Nederland wordt bijvoorbeeld niet meer uitgenodigd voor de G20.” Door de European Council on Foreign Relations wordt Nederland nu al in het licht van de bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking in 2011 een “slacker” (achterloper) genoemd. Dit alles laat zien dat we als Nederland juist moet werken aan een goede internationale reputatie, onder meer door te blijven investeren in ontwikkelingssamenwerking.
  • Kennismigranten uit zich ontwikkelende landen versterken de Nederlandse economie. Denk maar aan de kennissamenwerking met China. Nederland heeft een tekort aan afgestudeerde bètastudenten, dat opgevuld wordt door kennismigranten uit China. Hier wordt circa twee miljoen euro aan ontwikkelingsgelden voor uitgegeven. (http://www.minbuza.nl/reizen-en-landen/betrekkingen/c/china)

Wat bereiken we met ontwikkelingssamenwerking?

Zestig jaar ontwikkelingssamenwerking heeft een verschil gemaakt in de levens van miljarden kinderen, vrouwen en mannen. Het heeft wereldwijd zichtbare resultaten opgeleverd.

  • Ontwikkelingssamenwerking is bewezen effectief. Aangetoond is dat elk jaar extra scholing bijdraagt aan een grotere kans op werk en een hoger inkomen later. Dat het vergroten van de kennis van meisjes en vrouwen op het gebied van seksuele gezondheid bijdraagt aan een evenwichtiger gezinsvorming en beheersing van bevolkingsgroei. Dat investeren in duurzame en sterke productieketens in ontwikkelingslanden bijdraagt aan productieverhoging, winstvergroting en meer internationale handel. (IOB studie ‘Improving Food Security’ december 2011 en IOB studie ‘Policy review of the Dutch contribution to basic education 1999-2009’ november 2011.)
  • In ontwikkelingslanden is het aantal mensen met een levensverwachting lager dan 60 jaar afgenomen van 38% in 1990 tot 19 procent in 1999. Ontwikkelingssamenwerking heeft daaraan bijgedragen, door de toegang tot gezondheidszorg, ook voor jongeren en kwetsbare groepen, in tientallen ontwikkelingslanden sterk te verbeteren. Miljoenen mensen hebben inmiddels toegang tot aids-remmers, slapen onder klamboes en kunnen zich met voorbehoedsmiddelen beschermen tegen ongewenste zwangerschappen en seksueel overdraagbare aandoeningen. (Resultaten in ontwikkeling 2009-2010, p 51, 52 en Key Health Trends, WHO).
  • Driekwart van de projecten behaalt de doelstellingen. Op de website van het DAC Evaluation Resource Center van de OESO zijn duizenden evaluatierapporten te vinden van bilaterale en multilaterale donoren. Dat schrijft de Belgische wetenschapper Patrick Develtere in zijn boek ‘De vrije markt van ontwikkelingssamenwerking’. Uit evaluaties van deze evaluaties zou blijken dat meer dan 75% van de ontwikkelingsprojecten de vooropgestelde directe doelstellingen halen. Het slagingspercentage ligt vooral hoog bij projecten met tastbare en concrete doelen.
  • Ook uit de resultatenrapportage 2009-2010 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken blijkt het effect van ontwikkelingssamenwerking.  De Nederlandse ontwikkelingssamenwerking, verleend via overheden in ontwikkelingslanden, Nederlandse maatschappelijke organisaties en multilaterale organisaties als de VN en Wereldbank, heeft er bijvoorbeeld toe bijgedragen dat er in 12 ontwikkelingslanden jaarlijks 1,2 miljoen meer kinderen overleven dan in 1990. Kijk hier voor meer resultaten.

Positieve ontwikkelingen die mede te danken zijn aan ontwikkelingssamenwerking:
Bron: UN MDG rapport 2011

  • Aantal kinderen dat NIET naar school gaat is gedaald van 106 miljoen naar 67 miljoen tussen 1999 en 2009. Onder wie 32 miljoen kinderen in Afrika.
  • Aantal kinderen dat sterft voor de vijfde verjaardag is verminderd van 89 naar 60 op de 1000 tussen 1990 en 2009. Dat betekent dat elke dag 12 duizend minder kinderen sterven.
  • Het aantal vrouwen dat sterft door complicaties tijdens zwangerschap en bevalling is met 34% afgenomen tussen 1990-2009, van 440 naar 290 op de 100.000.
  • Tussen 2001 en 2009 is het aantal nieuwe besmettingen met HIV/AIDs met 25% teruggebracht. (nb het aantal mensen met HIV aids bleef toenemen)
  • Het aantal sterfgevallen als gevolg van malaria is teruggebracht met 20 procent tussen 2000-2009.

Waar vind ik meer informatie?

 



Reacties zijn gesloten.